Niko 05-335 Manuals
2 pdf manual(s) Niko 05-335 for free download (Document Types: Manual )
Niko 05-335 Manual [PDF] (6 pages)
- Identifier: id-1685460
- Brand: Niko
- Device: Niko 05-335 Industrial Electrical
- Type: Manual , PDF
- Key Aspects: Manufacturer Contact and Support Data, Error Code Explanations, Pre-Deployment Preparation Steps
- UPD Date: 24.07.2026
- Source File: 1633265.pdf
- Pages: 6
- Description: Installation and maintenance guide for the Niko 05-335.
Pages Preview:
Document Preview & Text Transcription (Main Page)
Click to expand and read text
nv Niko sa Industriepark West 40, BE-9100 Sint-Niklaas, Belgium — tel. +32 3 778 90 00 — fax +32 3 777 71 20 — e-mail: [email protected] — www.niko.be PM005-33500R08163 05-335 1. WETTELIJKE WAARSCHUWINGEN - Lees de volledige handleiding vóór installatie en ingebruikname. - De installatie dient te worden uitgevoerd door een bevoegd persoon en met inachtname van de geldende voorschriften. - Deze handleiding dient aan de gebruiker te worden overhandigd. Zij moet bij het dossier van de elektrische installatie worden gevoegd en dient te worden overgedragen aan eventuele nieuwe eigenaars. Bijkomende exemplaren zijn verkrijgbaar via de Niko-website of -supportdienst. - Bij de installatie dient rekening gehouden te worden met (lijst is niet limitatief): - de geldende wetten, normen en reglementen; - de stand van de techniek op het ogenblik van de installatie; - het feit dat een handleiding alleen algemene bepalingen vermeldt en dient gelezen te worden binnen het kader van elke specifieke instal- latie; - de regels van goed vakmanschap. - Bij twijfel kan u de supportdienst van Niko raadplegen of contact opnemen met een erkend controleorganisme. Support België: Support Nederland: tel. + 32 3 778 90 80 tel. + 31 183 64 06 60 website: http://www.niko.be website: http://www.niko.nl e-mail: [email protected] e-mail: [email protected] In geval van defect kan u uw product terugbezorgen aan een erkende Niko-groothandel samen met een duidelijke omschrijving van uw klacht (manier van gebruik, vastgestelde afwijking…). 2. BESCHRIJVING Deze Easywave 2-kanaals opbouwontvanger maakt deel uit van het Niko RF (Radio Frequentie) systeem, een installatietechniek zonder bedrading tussen de bedieningspunten (drukknoppen) en de te bedienen verbruikers. Deze producten zijn conform de EU-reglementering en voldoen aan de es- sentiële eisen van de R&TTE richtlijn 1999/5/EC. De conformiteitsverklaring kan u opvragen bij de Niko-supportdienst. 3. WERKING EN GEBRUIK 3.1. Reikwijdte tussen Easywave-zenders en -ontvangers Toestellen met afstandsbediening zoals tv, video en audio worden niet gestoord door de Easywave-zenders. De Easywave-zenders moeten optisch niet naar de ontvanger gericht worden. De reikwijdte binnenshuis bedraagt ±30m. In open ruimtes worden reikwijdtes van 100m bereikt. Het zend- bereik is afhankelijk van de in de woning gebruikte materialen. U kan de RF-repeater (05-535) gebruiken om het zendbereik te vergroten. U kan eventueel gebruik maken van het diagnosetoestel 05-370 om de RF-signaalsterkte in een omgeving te bepalen. Het toestel herkent alle 868,3Mhz signalen. Door 9 LED’s wordt de ontvangstkwaliteit van het zendsignaal of de sterkte van de aanwezige stoorsignalen weergegeven. Zo kan u vaststellen of het bereik van de RF-zender toereikend is. baksteen, beton hout, gipsen wanden gewapend beton gesl. metalen ruimte verlies: 20 à 40% verlies: 5 à 20% verlies: 40 à 90% verlies: 90 à 100% 3.2. Montagevoorschriften en aanbevelingen Plaats de zenders en/of ontvangers NOOIT: - in een metalen verdeelkast, behuizing of vlechtwerk. - in de onmiddellijke omgeving van grote metalen objecten. - op of vlakbij de grond. Plaats de ontvangers zo dicht mogelijk bij de zenders. Aanwezigheid van metaal of vocht in de muren kan een negatieve invloed hebben op het zendbereik. 3.3. Werkingsmodes van de 2-kanaals opbouwontvanger De opbouwontvanger 05-335 beschikt over 4 modes en kan vanop 32 bedienpunten aangestuurd worden. Per kanaal kan u een externe impuls- drukknop aansluiten (zie ‘3.4. De opbouwontvanger (05-335) monteren en aansluiten). De drukknopingangen volgen de ingestelde mode. - 1-knops drukknopmode De 2 relais kunnen afzonderlijk geschakeld worden en schakelen zolang u op de geprogrammeerde drukknop drukt (max. 30s). - 1-knops pulsmode (1s) Als u op een geprogrammeerde drukknop drukt, schakelt het relaiscontact (kanaal 1 of kanaal 2) gedurende 1s. - 2-knops aan/uit mode Elk relais kan afzonderlijk geschakeld worden: drukknop functie Druk op drukknop A of C (of impulsknop CH1). AAN Druk op drukknop B of D (of impulsknop CH2). UIT - 2-knops mode voor rolluik/jaloezie drukknop functie Druk op drukknop A of C (of impulsknop CH1). OPEN of STOP (voor ‘sluitrichting’) Druk op drukknop B of D (of impulsknop CH2). SLUITEN of STOP (voor ‘openrichting’) Na 90s sluit het relais automatisch af. 3.4. De opbouwontvanger monteren en aansluiten - Verwijder eerst het deksel van de opbouwontvanger. - Gebruik voor alle aansluitingen bij voorkeur signalisatie- of datakabel, max. 3m. Hou ook rekening met de montagevoorschriften beschreven in ‘3.2. Montagevoorschriften en aanbevelingen’. Aansluitingen: Sluit de voedingsspanning 12-24V AC/DC aan op klemmen IN1 en IN2. (U hoeft enkel bij DC-voeding rekening te houden met de polariteit!) Sluit kanaal/relais 1 aan tussen NO1 en COM1: sluiter NC1 en COM1: opener Sluit kanaal/relais 2 aan tussen NO2 en COM2: sluiter NC2 en COM2: opener Enkel belastingen die op laagspanning (SELV) werken, mogen met behulp van deze opbouwontvanger 05-335 geschakeld worden! - In geval van 2-knops mode voor rolluik/jaloezie, maakt u de aansluitingen als volgt: In deze mode kan enkel met een 12-24V DC voeding gewerkt worden! - Op klemmen CH1 en CH2 kan u N.O.-drukknoppen aansluiten om rechtstreeks relais 1 (kanaal 1) resp. relais 2 (kanaal 2) volgens de ingestelde werkingsmode te bedienen. - Programmeer de nodige zenders op de ontvanger (zie ‘4. PROGRAM- MEREN’). - Plaats het deksel terug op de opbouwontvanger. - U kan de opbouwontvanger vastkleven met de meegeleverde dubbelzijdige kleefstrook. U kan de ontvanger ook vastschroeven. Gebruik hiervoor de voorziene pluggen en schroeven. 4. PROGRAMMEREN 4.1. Ingebruikstelling Na installatie van zenders en ontvangers moeten de zenders met de ont- vangers geprogrammeerd worden. Een ontvanger functioneert slechts als het adres van een zender in de ontvanger geprogrammeerd wordt. Test de zender alvorens hem te monteren! 4.2. Programmeren Per ontvanger kan u max. 32 bedienpunten programmeren. Als dit max. bereikt is, knippert de LED snel gedurende 4s. Bij langdurige stroomon- derbreking blijft de programmering behouden. De mode selecteren Plaats de jumper in de gewenste mode vóór u de ontvanger program- meert. De stand van de jumper wordt opgeslaan in het geheugen. Na programmering kan u de stand van de jumper wijzigen als een andere mode gewenst is voor: - het andere kanaal - een andere zender(s) - het instellen van de werkingsmode van de externe drukknoppen. Stel de werkingsmode in met jumper J1: J1 in positie 1-2: 1-knops drukknopmode J1 in positie 2-3: 2-knops mode voor rolluik/jaloezie J1 op positie 3-4: 2-knops aan/uit mode J1 op positie 4-5: 1-knops pulsmode (1s) Aan een drukknop van een zender kan u voor de 2 kanalen van de opbouwontvanger geen verschillende modes toewijzen! Programmeren - Stel de gewenste mode in voor de zender(s) die u wil programmeren. - Druk kort (<1,6s) op de programmeertoets (CH1) om de programmeer- mode voor kanaal/relais 1 te activeren of programmeertoets (CH2) om de programmeermode voor kanaal/relais 2 te activeren. - De LED knippert. - Bedien de zenders die moeten samenwerken met de ontvanger één na één. Hou de knop ingedrukt tot de LED lang (4s.) oplicht ter bevestiging. Na 4s knippert de LED terug normaal. - Druk kort (<1,6s) op de programmeertoets (CH1 of CH2) om de program- meermode te verlaten. 4.3. Zenders toevoegen U kan altijd extra zenders (max. 32 bedienpunten) op een ontvanger bijprogrammeren. Herhaal hiervoor ‘4.2. Programmeren’. 4.4. Volledig wissen - Druk >1,6s op de programmeertoets CH1 of CH2 op de ontvanger om de resetmode te activeren voor kanaal/relais 1 resp. kanaal/relais 2. - De LED knippert snel. - Druk nogmaals >1,6s op de programmeertoets CH1 of CH2 om het geheugen van kanaal/relais 1 resp. kanaal/relais 2 te verwijderen. - De LED licht lang (4s.) op ter bevestiging en knippert opnieuw snel. - Druk kort (< 1,6s.) op de verzonken programmeertoets om de resetmode te verlaten. 4.5. Selectief wissen - Druk lang (>1,6s) op de programmeertoets CH1 of CH2 op de ontvanger om de resetmode te activeren voor kanaal/relais 1 resp. kanaal/relais 2. - De LED knippert snel. - Druk op 1 van de bedieningsknoppen van het bedienpunt dat u wil wissen. - De zender wordt uit het geheugen gewist. De LED licht lang (4s) op ter bevestiging. - Druk de programmeertoets kort (<1,6s) in om de reset te beëindigen. 4.6. Drukknop herprogrammeren in andere mode Als u de mode van een drukknop wil wijzigen, moet u die knop eerst selectief wissen. Herhaal de programmering zoals beschreven in ‘4.2. Programmeren’. 5. TROUBLESHOOTING Als het systeem na programmering niet werkt, kan u een aantal extra controles uitvoeren. - Controleer de werking van de zender door na te gaan of de LED op de ontvanger knippert. Voor storingen aan de zender, zie de handleiding van de zender. - Neem de zender in de hand en loop naar de ontvanger. - Druk op de programmeertoets. De ontvanger staat nu in programmeer- mode. De LED knippert. Gebeurt dit niet, dan is de ontvanger defect. - Reset en (her)programmeer de ontvanger. - Controleer of de omgeving van het systeem veranderd is waardoor er storingen zouden kunnen optreden (metalen kasten, wanden of meubels verplaatst...). Herstel de oorspronkelijke toestand, indien mogelijk. - Als het systeem werkt met de zender in de hand maar niet op de wand, kan dit wijzen op aanwezigheid van vocht of metaal in de muur. Verplaats in dit geval de zender. - Als het systeem werkt op gereduceerde afstand, is de zender buiten het zendbereik geplaatst of is er een probleem door storingen. Plaats in dit geval de zender dichterbij of buiten het bereik van de storing. U kan ook gebruik maken van de repeater 05-535 om de max. haalbare afstand te vergroten of de storing te omzeilen. Het systeem schakelt zichzelf in en uit: - Het systeem schakelt zichzelf in: dit kan slechts gebeuren als binnen het ontvangstbereik een vreemde zender in de ontvanger geprogrammeerd werd. Wis de ontvanger (selectief of volledig) en herprogrammeer de gewenste adressen (zie ‘4.2. Programmeren’). - Het systeem schakelt zichzelf uit: de situatie kan gelijkaardig zijn aan bovenstaande of kan een gevolg zijn van kortstondige stroomonderbre- kingen. - Controleer de werking van de repeaters in de installatie. Mogelijk reageert de ontvanger zowel op het rechtstreekse signaal van de zender als op het signaal van de repeater. 6. TECHNISCHE GEGEVENS - Afmetingen:......................63 x 35 x 70mm (zonder antenne) - Voedingsspanning:............12-24V AC/DC (klemmen ‘IN1’ en ‘IN2‘) - Contactbelasting bij aansluiten van een externe N.O.-drukknop: ±5mA - Maximale stroomafname: ±50mA (zender) ±60mA (N.O.-drukknop) - Uitgangen:........................ 2 potentiaalvrije relaiscontacten - Max. contactbelasting: AC: 24V, 1A (24VA) DC: 30V, 1A (30W) - max. aansluitcapaciteit:......1 x 1,5mm2 - Gewicht:...........................±50g - Frequentie:........................868.30MHz (modulatie: FSK) - Werkingstemperatuur: ......-20 tot 60°C - Beschermingsgraad:..........IP20 - Reikwijdte: .......................100m in open lucht; ±30m binnenshuis - Geen bedrading tussen bedieningspunten en ontvangers (RF-gestuurd), enkel verbinding tussen ontvangerschakeleenheid en het te bedienen apparaat. 7. GARANTIEBEPALINGEN - Garantietermijn: twee jaar vanaf leveringsdatum. Als leveringsdatum geldt de factuurdatum van aankoop van het goed door de consument. Indien geen factuur voorhanden is, geldt de productiedatum. - De consument is verplicht Niko schriftelijk over het gebrek aan overeenstemming te informeren, uiterlijk binnen de twee maanden na vaststelling. - In geval van een gebrek aan overeenstemming van het goed heeft de consument recht op een kosteloze herstelling of vervanging, wat door Niko bepaald wordt. - Niko is niet verantwoordelijk voor een gebrek of schade als gevolg van een foutieve installatie, oneigenlijk of onachtzaam gebruik of verkeerde bediening of transformatie van het goed. - De dwingende bepalingen van de nationale wetgevingen betreffende de verkoop van consumptiegoederen en de bescherming van de consumenten van de landen waarin Niko rechtstreeks of via zuster/dochtervennootschap- pen, filialen, distributeurs, agenten of vaste vertegenwoordigers verkoopt, hebben voorrang op bovenstaande bepalingen. CH1 CH1 CH2 NC1 LED NO1 COM1 IN1 IN2 NC2 NO2 COM2 CH2 1 2 3 4 5 12-24V DC + - M CH1 CH2 NC1 LED NO1 COM1 IN1 IN2 NC2 NO2 COM2 12-24V DC + - M
Niko 05-335 Manual [PDF] (6 pages)
- Identifier: id-2346956
- Brand: Niko
- Device: Niko 05-335 Receiver
- Type: Manual , PDF
- Key Aspects: Initial Startup Checklist, Model Variations and Compatibility, Glossary of Technical Terms
- UPD Date: 10.06.2026
- Source File: 1940649.pdf
- Pages: 6
- Description: Operation instructions for the Niko 05-335.
Pages Preview:
Document Preview & Text Transcription (Main Page)
Click to expand and read text
PM005-33500R21113 05-335 1. BESCHRIJVING Deze Easywave 2-kanaals opbouwontvanger maakt deel uit van het Niko RF (Radio Frequentie) systeem, een installatietechniek zonder bedrading tussen de bedieningspunten (drukknoppen) en de te bedienen verbruikers. 2. WERKING EN GEBRUIK 2.1. Reikwijdte tussen Easywave-zenders en -ontvangers Toestellen met afstandsbediening zoals tv, video en audio worden niet gestoord door de Easywave-zenders. De Easywave-zenders moeten optisch niet naar de ontvanger gericht worden. De reikwijdte binnenshuis bedraagt ±30m. In open ruimtes worden reikwijdtes van 100m bereikt. Het zend- bereik is afhankelijk van de in de woning gebruikte materialen. U kan de RF-repeater (05-535) gebruiken om het zendbereik te vergroten. U kan eventueel gebruik maken van het diagnosetoestel 05-370 om de RF-signaalsterkte in een omgeving te bepalen. Het toestel herkent alle 868,3Mhz signalen. Door 9 LED’s wordt de ontvangstkwaliteit van het zendsignaal of de sterkte van de aanwezige stoorsignalen weergegeven. Zo kan u vaststellen of het bereik van de RF-zender toereikend is. baksteen, beton hout, gipsen wanden gewapend beton gesl. metalen ruimte verlies: 20 à 40% verlies: 5 à 20% verlies: 40 à 90% verlies: 90 à 100% 2.2. Montagevoorschriften en aanbevelingen Plaats de zenders en/of ontvangers NOOIT: - in een metalen verdeelkast, behuizing of vlechtwerk. - in de onmiddellijke omgeving van grote metalen objecten. - op of vlakbij de grond. Plaats de ontvangers zo dicht mogelijk bij de zenders. Aanwezigheid van metaal of vocht in de muren kan een negatieve invloed hebben op het zendbereik. 2.3. Werkingsmodes van de 2-kanaals opbouwontvanger De opbouwontvanger 05-335 beschikt over 4 modes en kan vanop 32 bedienpunten aangestuurd worden. Per kanaal kan u een externe impuls- drukknop aansluiten (zie ‘3.4. De opbouwontvanger (05-335) monteren en aansluiten). De drukknopingangen volgen de ingestelde mode. - 1-knops drukknopmode De 2 relais kunnen afzonderlijk geschakeld worden en schakelen zolang u op de geprogrammeerde drukknop drukt (max. 30s). - 1-knops pulsmode (1s) Als u op een geprogrammeerde drukknop drukt, schakelt het relaiscontact (kanaal 1 of kanaal 2) gedurende 1s. - 2-knops aan/uit mode Elk relais kan afzonderlijk geschakeld worden: drukknop functie Druk op drukknop A of C (of impulsknop CH1). AAN Druk op drukknop B of D (of impulsknop CH2). UIT - 2-knops mode voor rolluik/jaloezie drukknop functie Druk op drukknop A of C (of impulsknop CH1). OPEN of STOP (voor ‘sluitrichting’) Druk op drukknop B of D (of impulsknop CH2). SLUITEN of STOP (voor ‘openrichting’) Na 90s sluit het relais automatisch af. 2.4. De opbouwontvanger monteren en aansluiten - Verwijder eerst het deksel van de opbouwontvanger. - Gebruik voor alle aansluitingen bij voorkeur signalisatie- of datakabel, max. 3m. Hou ook rekening met de montagevoorschriften beschreven in ‘3.2. Montagevoorschriften en aanbevelingen’. Aansluitingen: Sluit de voedingsspanning 12-24V AC/DC aan op klemmen IN1 en IN2. (U hoeft enkel bij DC-voeding rekening te houden met de polariteit!)Sluit kanaal/relais 1 aan tussen NO1 en COM1: sluiter NC1 en COM1: opener Sluit kanaal/relais 2 aan tussen NO2 en COM2: sluiter NC2 en COM2: opener Enkel belastingen die op laagspanning (SELV) werken, mogen met behulp van deze opbouwontvanger 05-335 geschakeld worden! - In geval van 2-knops mode voor rolluik/jaloezie, maakt u de aansluitingen als volgt: In deze mode kan enkel met een 12-24V DC voeding gewerkt worden! - Op klemmen CH1 en CH2 kan u N.O.-drukknoppen aansluiten om rechtstreeks relais 1 (kanaal 1) resp. relais 2 (kanaal 2) volgens de ingestelde werkingsmode te bedienen. - Programmeer de nodige zenders op de ontvanger (zie ‘4. PROGRAM- MEREN’). - Plaats het deksel terug op de opbouwontvanger. - U kan de opbouwontvanger vastkleven met de meegeleverde dubbelzijdige kleefstrook. U kan de ontvanger ook vastschroeven. Gebruik hiervoor de voorziene pluggen en schroeven. 3. PROGRAMMEREN 3.1. Ingebruikstelling Na installatie van zenders en ontvangers moeten de zenders met de ontvangers geprogrammeerd worden. Een ontvanger functioneert slechts als het adres van een zender in de ontvanger geprogrammeerd wordt. Test de zender alvorens hem te monteren! 3.2. Programmeren Per ontvanger kan u max. 32 bedienpunten programmeren. Als dit max. bereikt is, knippert de LED snel gedurende 4s. Bij langdurige stroomon- derbreking blijft de programmering behouden. De mode selecteren Plaats de jumper in de gewenste mode vóór u de ontvanger program- meert. De stand van de jumper wordt opgeslaan in het geheugen. Na programmering kan u de stand van de jumper wijzigen als een andere mode gewenst is voor: - het andere kanaal - een andere zender(s) - het instellen van de werkingsmode van de externe drukknoppen. Stel de werkingsmode in met jumper J1: J1 in positie 1-2: 1-knops drukknopmode J1 in positie 2-3: 2-knops mode voor rolluik/jaloezie J1 op positie 3-4: 2-knops aan/uit mode J1 op positie 4-5: 1-knops pulsmode (1s) Aan een drukknop van een zender kan u voor de 2 kanalen van de opbouwontvanger geen verschillende modes toewijzen! Programmeren - Stel de gewenste mode in voor de zender(s) die u wil programmeren. - Druk kort (<1,6s) op de programmeertoets (CH1) om de programmeer- mode voor kanaal/relais 1 te activeren of programmeertoets (CH2) om de programmeermode voor kanaal/relais 2 te activeren. - De LED knippert. - Bedien de zenders die moeten samenwerken met de ontvanger één na één. Hou de knop ingedrukt tot de LED lang (4s.) oplicht ter bevestiging. Na 4s knippert de LED terug normaal. - Druk kort (<1,6s) op de programmeertoets (CH1 of CH2) om de program- meermode te verlaten. 3.3. Zenders toevoegen U kan altijd extra zenders (max. 32 bedienpunten) op een ontvanger bijprogrammeren. Herhaal hiervoor ‘4.2. Programmeren’. 3.4. Volledig wissen - Druk >1,6s op de programmeertoets CH1 of CH2 op de ontvanger om de resetmode te activeren voor kanaal/relais 1 resp. kanaal/relais 2. - De LED knippert snel. - Druk nogmaals >1,6s op de programmeertoets CH1 of CH2 om het geheugen van kanaal/relais 1 resp. kanaal/relais 2 te verwijderen. - De LED licht lang (4s.) op ter bevestiging en knippert opnieuw snel. - Druk kort (< 1,6s.) op de verzonken programmeertoets om de resetmode te verlaten. 3.5. Selectief wissen - Druk lang (>1,6s) op de programmeertoets CH1 of CH2 op de ontvanger om de resetmode te activeren voor kanaal/relais 1 resp. kanaal/relais 2. - De LED knippert snel. - Druk op 1 van de bedieningsknoppen van het bedienpunt dat u wil wissen. - De zender wordt uit het geheugen gewist. De LED licht lang (4s) op ter bevestiging. - Druk de programmeertoets kort (<1,6s) in om de reset te beëindigen. 3.6. Drukknop herprogrammeren in andere mode Als u de mode van een drukknop wil wijzigen, moet u die knop eerst selectief wissen. Herhaal de programmering zoals beschreven in ‘4.2. Programmeren’. 4. PROBLEEMOPLOSSING Als het systeem na programmering niet werkt, kan u een aantal extra controles uitvoeren. - Controleer de werking van de zender door na te gaan of de LED op de ontvanger knippert. Voor storingen aan de zender, zie de handleiding van de zender. - Neem de zender in de hand en loop naar de ontvanger. - Druk op de programmeertoets. De ontvanger staat nu in programmeer- mode. De LED knippert. Gebeurt dit niet, dan is de ontvanger defect. - Reset en (her)programmeer de ontvanger. - Controleer of de omgeving van het systeem veranderd is waardoor er storingen zouden kunnen optreden (metalen kasten, wanden of meubels verplaatst...). Herstel de oorspronkelijke toestand, indien mogelijk. - Als het systeem werkt met de zender in de hand maar niet op de wand, kan dit wijzen op aanwezigheid van vocht of metaal in de muur. Verplaats in dit geval de zender. - Als het systeem werkt op gereduceerde afstand, is de zender buiten het zendbereik geplaatst of is er een probleem door storingen. Plaats in dit geval de zender dichterbij of buiten het bereik van de storing. U kan ook gebruik maken van de repeater 05-535 om de max. haalbare afstand te vergroten of de storing te omzeilen. Het systeem schakelt zichzelf in en uit: - Het systeem schakelt zichzelf in: dit kan slechts gebeuren als binnen het ontvangstbereik een vreemde zender in de ontvanger geprogrammeerd werd. Wis de ontvanger (selectief of volledig) en herprogrammeer de gewenste adressen (zie ‘4.2. Programmeren’). - Het systeem schakelt zichzelf uit: de situatie kan gelijkaardig zijn aan bovenstaande of kan een gevolg zijn van kortstondige stroomonderbre- kingen. - Controleer de werking van de repeaters in de installatie. Mogelijk reageert de ontvanger zowel op het rechtstreekse signaal van de zender als op het signaal van de repeater. 5. TECHNISCHE GEGEVENS - Afmetingen: .....................63 x 35 x 70mm (zonder antenne) - Voedingsspanning: ...........12-24V AC/DC (klemmen ‘IN1’ en ‘IN2‘) - Contactbelasting bij aansluiten van een externe N.O.-drukknop: ±5mA - Maximale stroomafname: ±50mA (zender) ±60mA (N.O.-drukknop) - Uitgangen: ....................... 2 potentiaalvrije relaiscontacten - Max. contactbelasting: AC: 24V, 1A (24VA) DC: 30V, 1A (30W) - max. aansluitcapaciteit: .....1 x 1,5mm2 - Gewicht: ..........................±50g - Frequentie: .......................868.30MHz (modulatie: FSK) - Werkingstemperatuur: .....-20 tot 60°C - Beschermingsgraad: .........IP20 - Reikwijdte: ......................100m in open lucht; ±30m binnenshuis - Geen bedrading tussen bedieningspunten en ontvangers (RF-gestuurd), enkel verbinding tussen ontvangerschakeleenheid en het te bedienen apparaat. CH1 CH1 CH2 NC1 LED NO1 COM1 IN1 IN2 NC2 NO2 COM2 CH2 4 3 2 1 5 12-24V DC + - M CH1 CH1 CH2 NC1 LED NO1 COM1 IN1 IN2 NC2 NO2 COM2 CH2 4 3 2 1 5 DC + - M
Similar Manuals in the Industrial Electrical, Receiver Category
| Device Model | Type of Document | Pages | Size | Views | Downloads | Updated | All Manuals for Device |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Strong SRT 7806 |
SRT 7806 (Receiver ePDF Guide, #2QO6IS) |
32 | 57 | 10 | 23-07-2026 | view all manuals | |
Sur-Gard System Five |
Sur-Gard System Five Guide (Operating manual), @A993F7 |
155 | 758 | 129 | 26-05-2026 | view all manuals | |
Grundig M 100-ADPL |
M 100-ADPL Service manual - T7NK3L |
26 | 1159 | 221 | 12-03-2026 | view all manuals | |
Knoll DIR21P |
PDF User Manual (@U13U59), Knoll DIR21P Receiver (25-08-2026) |
2 | 525 | 79 | 25-08-2026 | view all manuals | |
Telefunken ISR200 |
Telefunken ISR200 Manual (Instruction manual), @W2RL98 |
63 | 53 | 12 | 31-07-2026 | view all manuals | |
Alma S2000 Series |
Alma S2000 Series Manual (Operation & user’s manual), @P25IV2 |
20 | 344 | 86 | 16-08-2026 | view all manuals |